Festivalmal

Dat je het leven beter begrijpt naarmate je ouder wordt: het is een mythe. Misschien doorgrond je de zin van alles wat vaker, maar wat randverschijnselen betreft wordt het alleen maar ingewikkelder.

Neem festivals. In mijn tijd, kinderen, ging je daar - heel gek - naartoe voor de muziek. Er leuk bij lopen deed je maar thuis, op het festivalterrein was iedereen de praktische versie van zichzelf. Broeken met zakken aan de zijkant en t-shirts met bandnamen erop werden gecombineerd met regenponcho’s en fleecetruien. Ja, zelfs bergschoenen en heuptasjes werden gesignaleerd. En als het weer hopeloos was, stapte je de volgende dag gewoon in dezelfde, inmiddels versteende modderbroek.

Toen besloot Kate Moss voor de gezelligheid een glitterjurkje naar Glastonbury aan te trekken, met een paar prijzige regenlaarzen erbij. En zoals dat gaat met favoriete dingen van Kate (zie skinny jeans, Minnetonka’s en crackverslaafde celebrity-vriendjes, al is dat laatste slechts in kleine kring populair), overspoelden de jurkjes en designerregenlaarzen binnen de kortste keren de festivals. Blaasontstekingen waren collateral damage: het was de look die telde.

In navolging van Kate begonnen zelfbenoemde stijliconen ook hun best te doen voor de spiegel en kwamen met haarbandjes voor over het voorhoofd, pannenlap-achtige haltertops en Woodstockparafernalia als peace-kettingen, bloemenkransen, gebatikte gewaden en zonnebrillen met hartvormige glazen erin.  

Vervolgens trokken topmodellen dit allemaal tegelijkertijd aan, werden ze vastgelegd door modepaparazzi en kun je nu eigenlijk geen festivalterrein meer oplopen zonder een mix van dubieuze nineties flashbacks, Ibizasouvenirs en hippieclichés, met minimaal één van onderstaande elementen:

  • designerregenlaarzen of zo warm mogelijke andere laarzen (hakken geen bezwaar);

  • iets gehaakts of met heel veel franje (denk John Denver meets Cher);

  • spijkershorts met zakken die eronderuit flappen (weer of geen weer);

  • een zichtbare navel (figuur of geen figuur);

  • iets raars op je hoofd (flaphoed, boeket, zonnebril, géén bierpet).

Door de week is het festivalmeisje gewoon communicatiemedewerker, assurantieadviseur of fysisch geograaf. En waar de gemiddelde Woodstockbezoeker in 1969 dacht dat hun samenzijn uit zou monden in een gebloemd vredesparadijs, waar iedereen harig, naakt en voor altijd vrij zou zijn, weet het festivalmeisje van vandaag heus wel dat dat niet gaat gebeuren. En dat maakt haar ook niks uit. Nú moet het gebeuren, nú moet ze genieten, nú moet alles aan dat in de gewone wereld te raar is. Een doorgestylede illusie van vrijheid in een wereld waarin alles vastgelegd is.

Gelukkig maakt Topshop het festivalmeisjes graag makkelijk. Zoals de aspirant-wereldreiziger zich in Bangkok meteen in backpackersuniform kan hijsen, inclusief versleten broek en stinkende dreadlocks, komt de Britse winkelketen ook  dit jaar weer een speciale festivalcollectie. Met plastic bloemenkransen, olijke navelshirts,  microshorts en andere malligheid om voor één dag lekker gek jezelf te zijn. En dan de volgende dag weer je andere zelf. In je nette zware broek.

Kate Moss, godmother der festivalmeisjes, had ondertussen schoon genoeg van haar opgevoerde mini-me’s. Ze hing haar Hunterboots enkele festivalseizoenen geleden aan de wilgen en baggerde uit protest op lakleren stilettolaarzen van Chanel door de Glastonburese blubber. De trend is tot op heden niet echt doorgedrongen. Maar aangezien we vroeg of laat alles doen dat Kate doet, zal het niet lang meer duren tot de stilettolaars de nieuwe designerregenlaars is. Of wie weet combineert de oer-Woodstocklook look zich met de meest krankzinnige trend van de afgelopen tijd tot het nude onesie. Lekker in je blootje, maar eigenlijk helemaal niet.

Zoals ik al zei. Dat je het leven in de loop der jaren beter begrijpt: het is een mythe. Behalve de mensen van Topshop. Die begrijpen het dan weer helemaal.

(Uit RED april, 2014)